bouw

Den Haag en de Atlantikwall

In de strijd tegen de Sovjet-Unie verplaatste Hitler vanaf de zomer van 1941 steeds meer troepen naar het oosten. Tegelijk rekende nazi-Duitsland op een geallieerde invasie vanaf zee. Als oplossing voor dit dilemma werd tussen 1942 en 1945 de Atlantikwall aangelegd, een aaneenschakeling van betonnen bunkers, versperringen en natuurlijke hindernissen zoals kliffen en rotsen langs de Atlantische Oceaan en de Noordzee. De Atlantikwall was vijfduizend kilometer lang en liep van het noorden van Noorwegen tot aan de grens met Spanje.

Werken aan de Atlantikwall

De Duitsers verplichtten de gemeenten om arbeidskrachten te leveren. De Hagenaar Gerard van Duijn werd tewerkgesteld bij het graven van de tankgracht. Hij hield een dagboekje bij. Daaruit leren we bijvoorbeeld dat het salaris 55 cent per uur was en dat de arbeiders zelf voor werkkleding moesten zorgen. Gerard nam verder zelf een schop, bord en lepel mee.
Het was zwaar werk: betonblokken en boomstammen sjouwen, wagons duwen. Onderling maakten de mannen wel grappen en het eten was redelijk tot goed.

Bouw van de Atlantikwall

De verantwoordelijkheid voor de bouw van de Atlantikwall lag voor het grootste deel bij de Organisation Todt (OT). De OT besteedde het meeste werk aan lokale bouwbedrijven uit. Een deel van de arbeiders werkte op basis van een contract, een ander deel werd gedwongen op basis van de arbeidsinzet. Daarnaast werkten er soldaten en krijgsgevangen mee. Na de oorlog moesten de aannemers zich verantwoorden voor hun betrokkenheid.