evacuatie

Den Haag en de Atlantikwall

In de strijd tegen de Sovjet-Unie verplaatste Hitler vanaf de zomer van 1941 steeds meer troepen naar het oosten. Tegelijk rekende nazi-Duitsland op een geallieerde invasie vanaf zee. Als oplossing voor dit dilemma werd tussen 1942 en 1945 de Atlantikwall aangelegd, een aaneenschakeling van betonnen bunkers, versperringen en natuurlijke hindernissen zoals kliffen en rotsen langs de Atlantische Oceaan en de Noordzee. De Atlantikwall was vijfduizend kilometer lang en liep van het noorden van Noorwegen tot aan de grens met Spanje.

De lange schaduw van de Atlantikwall

De familie Schellart had een winkel in kantoorartikelen en speelgoed aan de Valeriusstraat in de wijk Duinoord. De familie huurde het winkelpand en bijbehorende woning. In december 1942 moesten ze gedwongen verhuizen. Hun deel van de straat werd weliswaar niet gesloopt, maar wel ontruimd.  De gevolgen van deze verhuizing zouden nog jaren na de oorlog nawerken.

Papierwinkel

De Wehrmacht en de Waffen-SS bepaalden wanneer een gedeelte van de stad geëvacueerd moest worden en binnen hoeveel weken. De uitvoering werd gedelegeerd. Voor evacuaties over een grote afstand zorgde het Bureau Afvoer Bevolking (BAB). De evacuaties binnen de stad of in de directe omgeving werden geregeld door het Gemeentelijk Evacuatiebureau. Deze dienst, waar veel NSB-ers werkten,  groeide uit tot een kantoor met vierhonderd ambtenaren. Met de evacuaties was een enorme papierwinkel verbonden.

Naar een onbekende wereld

De inwoners van Scheveningen kregen als eersten te maken met de evacuaties. In juni 1942 moesten de huizen dichtbij het strand en de haven worden ontruimd. Van november 1942 tot februari 1943 volgde de ontruiming van vrijwel het gehele gebied dat de bezetter als militaire vesting had aangemerkt. In totaal werden in deze fase van de evacuatie zo’n 100.000 mensen verwijderd uit Vesting Scheveningen en op het tracé van de tankgracht.