Maranatha Church
?
Maranathakerk, 2e Sweelinckstraat 156. Foto: Vera de Kok / CC

Het dak van deze kerk kwam als bouwpakket uit Zwitserland

2e Sweelinckstraat 156

De plek waar nu de Maranathakerk staat, maakte tijdens de Tweede Wereldoorlog deel uit van het Sperrgebiet. De huizen die er stonden, waren na de bevrijding, ontdaan van alle hout en andere bruikbare materialen, rijp voor de sloop.

Bouwpakket

De houten dakconstructie van de kerk is door de Zwitserse bouwkundige Emil Staudacher ontworpen als prototype voor een serie noodkerken in de verwoeste Duitse steden. In 1949 arriveerde het dak als bouwpakket per trein uit Zürich. Het was een cadeau van de Zwitserse protestantse kerken aan de Haagse Hervormde Gemeente. Het dak werd ter plekke geïntegreerd in een ontwerp van de Nederlandse architect Frits Eschauzier (1889-1957), die voor de oorlog bekendheid genoot met landhuizen in Engelse stijl, een verbouwing van het Rijksmuseum en de inrichting van luxueuze passagiersschepen. Hij was niet afkering van moderne stromingen, maar in zijn ontwerpen bleef de traditie een belangrijke rol spelen.

Verschillende bouwstijlen

In de Maranathakerk komen verschillende stijlen en bouwwijzen bij elkaar. De onderbouw laat het robuuste, maar ook verfijnde, zeer gedetailleerde werk van Eschauzier zien. De dakconstructie lijkt op utiliteitsbouw; de moeren en bouten zijn zichtbaar. Het dak, met zijn gebogen en verlijmde spanten, is het werk van de Zwitserse bouwkundige Emil Staudacher (1898-1977). Deze werkte samen met de initiatiefnemer van het Duitse noodkerkenplan, de Duitse bouwmeester Otto Bartning (1883-1959). Bartning was een van de grondleggers van het Bauhaus, de moderne kunstopleiding die in 1919 in Weimar van start ging. Hij experimenteerde met expressionistische vormen en opzienbarende systeembouw. Na de oorlog was hij betrokken bij stedenbouwkundige discussies over de wederopbouw en vernieuwing van Duitse steden.

Duitsland

In heel Duitsland staan nog ruim veertig van deze noodkerken, die dezelfde detaillering hebben als de Maranathakerk: het roosvenster en de kleine raampjes in de voorgevel. De zijgevels worden gekenmerkt door dóórlopende raampartijen, waardoor het dak lijkt te zweven. De ingang situeerde Bartning aan de zijkant; een kerk moest in zijn optiek haar ruimtelijk geheim slechts langzaam prijsgeven. De ceremoniële voordeur is op verzoek van de Haagse kerkbestuurders toegevoegd.

Voor alle zintuigen

Het interieur van de Maranathakerk weerspiegelt de discussie in de jaren veertig in de Nederlandse Hervormde Kerk over liturgische vernieuwing. De eerste predikant, Willem Aalders (1909-2005), was een van de voortrekkers van deze zogeheten Liturgische Beweging. Protestantse kerken moesten geen kale ‘preekschuren’ meer zijn. De kansel, voorheen altijd centraal opgesteld, verdween naar de zijkant. Gevoed door deze ideeën ontwierp Eschauzier een kerkruimte waar alle zintuigen gestreeld zouden moeten worden, ondersteund door subtiele kleuren groen en blauw. De Maranathakerk werd een van de eerste hervormde kerken die volgens de Liturgische Beweging werden ingericht. In 1952 plaatste de Groninger orgelbouwer Mense Ruiter een orgel met een neo-barokke klankkleur, wat een breuk betekende met de romantische orgels van voor de oorlog.

Symbool

Gezien de  plek van de kerk in het voormalige Sperrgebiet, de bouwgeschiedenis en de historische band met de Duitse noodkerken profileert de Maranathakerk zich als ‘symbool van vrede, hoop en geloof in de toekomst’.

Meer over de noodkerken van Otto Bartning vind je op de website van het Documentatiecentrum Otto Bartning.

naar boven